20220818 Theth rondje 1
Blijf op de hoogte en volg Peter en Odile
18 Augustus 2022 | Albanië, Theth
20220818 Theth rondje 1
Om zeven uur is het reveille en we pakken een tas in voor twee dagen, de leuifel wordt opgerold en de stoelen gaan naar binnen. We zeggen Ludwig goedendag (de Duitse buur camper man die al twee jaar rondzwerft) en we ontmoeten bij de ingang onze Sokol, chauffeur van een oude groene Mitsubishi Pajero. Met Google translate weten we wat info te ontfutselen maar communiceren gaat moeizaam, my friend.
Zodra we de bergen in rijden komen we langs één van de grootste gevangenissen van Albanie, met spreuken op de muur zoals “when people make bad choices doesn’t mean they are bad people” en
“Life offers new Chances, its called tomorrow”. Bewakers op de muur zwaaien terug als ik uit het raampje mijn hand opsteek.
Langzaamaan wordt het steiler en halverwege de rit naar Theth stoppen we voor een kop koffie. Als Sokol en Odile vragen om een Nescafe krijgen ze hier een blikje koude koffie met melk. Pech.
Her en der onderweg stoppen we voor het maken van foto’s. Zo stoppen we ook even op het punt waar de weg drie jaar geleden ophield en waar ik met de motor omkeerde. Nu is de weg al een jaar geasfalteerd.
Een kilometer of twee verder stopen we nog eenmaal bij een mini cafeetje. Ik hou het bij water en zie ,de ober naar de overkant van de weg lopen met een kan die hij vult met water uit de berg. Zo zuiver is het water hier. Odile vraagt om thee, de ober vraagt: “lemon?” En prompt wordt er een blikje koude icetea voor haar neergezet. Alweer pech.
Theth ligt in een dal, overgenomen door toerisme, elk huis is guesthouse, elke tuin is camping.
Er wordt gebouwd , ook aan de weg. We rijden echt voor de asfaltmachine uit.
Nog één bocht en dan 200m grindopwaarts staat een nieuw gebouw naast een nieuw hotel-restaurant: ons guesthouse voor vannacht.
Na even opfrissen gaan de wandelschoenen aan voor een leuke wandeling, maar eerst stoppen we voor een korte lunchpauze. Ik vraag mayonaise bij de frietjes en krijg twee lege knijpflessen. Dus loop ik naar het mini-supermarktje en koop 2 flessen die ik straks cadeau wil geven. Bij het knijpen in de fles ontsnapt alleen wat olie. Ik zie op de dop dat de THT al een half jaar verstreken is.
Inmiddels wordt mijn blikje cola aangevallen door meerdere bijen en wespen. En zit er een halve komkommer in mijn salade (ben ik allergisch voor). En in het idyllische Theth, authentiek dorpje in de Albanese Alpen, staat in het hokje dat zich “bar” noemt, veel te harde Albanese disco aan. Telkens als het liedje ophoudt wordt het stil en gaan mensen weer praten. Totdat . . .
We gaan beginnen aan de wandeling naar de waterval. Opmaps.mezie ik twee routes. Eén voor heen en één voor terug. Nou was de route heen nogal steil en we moesten twee keer over een riviertje oversteken, waarbij Odile eenmaal misstapt, haar evenwicht verliest en keurig met haar derrière tussen twee rotsblokken in het koude water plaatsneemt. Met een heerlijk koude broek wandelen we verder in de warmte.
Nog tweehonder meter klauteren maar dan zien we wel één prachtige waterval, inclusief regenboog.
Na een kwartiertje chillen in de nevel nemen we het tweede uitdagende pad naar beneden, terug in het warme dal. Bezweet en moe kopen we zes blikjes koud bier bij de supermarkt en wandelen naar ons hotel voor snel douchen en dan aan de domibo op ons balkon.
Voor ons gaat de zon onder, rinkelt de nekbel van de huiskoe, loopt een authentieke boerin achter de koe aan als wij aan onze zes bier beginnen.
We hebben in het hotel restaurant hiernaast gevraagd of we kunnen dineren, het staat goed aangeschreven maar het is waardeloos. Köfte was pap, frites waren slap en de kalfslapjes van Odile waren keihard en keitaai. En vet. En we moesten erg lang wachten, volgens de ober gingen ze voor kwaliteit en niet voor kwantiteit. Maar door de drukte was het beneden peil.
Odile neemt nog een snelle jelle en een zakje chips. Och erm. Weer pech.
Morgen beter.
We zitten op ons idyllische balkon. Boven ons zitten een paar mannen te borrelen, naast ons gaan ze zo borrelen, de design-hond van de garage eigenaar beneden in het dorp, zo’n doorgefokt wit handtas-keffertje, blaft steeds hysterisch en in het hokje dat zich “bar” noemt is het luidruchtig feest met harde muziek en brallende toeristen. Ik begin me vreselijk te irriteren aan de manier waarop totaal respectloos omgegaan wordt met de natuur, met de stilte en rust, en hoe een klein aantal mensen de boel voor de rest kunnen verpesten.
Als je dan ziet wat een rommel het toerisme oplevert, tegen die paar centen die het opbrengt. Als je dan ziet hoeveel overdadig luxe nieuwbouw hier staat: dat kan nooit de investering zijn van de lokale bevolking. Hier zit geld van investeerders die uit zijn op winst. En wie moet dat betalen? Waarom moeten wij ontbijten in een glimmend zaaltje met kopjes en schoteltjes en papieren tafelkleden die straks weer weggegooid worden? Liever zit ik aan een zelfgemaakt tafeltje en eet iets lokaals van een plankje of zo.
Maar wat verwacht ik nou? En is mijn verwachting terecht? Hoe slecht had men het hier en hoe aanlokkelijk en misschien noodzakelijk is het voor de lokale bevolking om mee te gaan doen in wat wij in het wulpse westen een “rat-race” noemen. Ik weet het niet, maar ik word hier niet vrolijk van. En dat was juist wel het doel van onze vakantie: vrolijk zijn.
We hopen dat de rit morgen, over off-road wegen en door meer ongerepte natuur, ons beter gaat stemmen. Anders kan het zijn dat we snel een eind aan onze reis in Albanie maken. Want alleen maar geterroriseerd worden door hoogseizoen toerisme dat omarmd wordt vanwege het geld dat in het laadje komt, daar passen we voor.
De balkondeuren gaan dicht om de herrie buiten te sluiten. Gelukkig zijn we moe genoeg om in slaap te vallen.